website van Marlou Kursten Kunstbemiddeling

Toespraak van Jelle de Gruyter



Goedemiddag kunstvrienden.
Welkom bij de opening van een nieuwe expositie van Marlou Kursten, de laatste van 2018 én tegelijk de eerste van 2019…

Kunst is trending topic dit weekend, dames en heren. Of het allemaal getriggerd is door VVD-kamerlid Thierry Aartsen (u weet wel, die van die tweet) waag ik te betwijfelen maar het speelt een rol, en de discussie wordt volop gevoerd.
In De Volkskrant Colin van Heezik in reactie op het proefballonnetje van kamerlid Aartsen over het verschuiven van geld van het Fonds voor Cultuurparticipatie naar volkscultuur. Van het Concertgebouworkest naar, zeg maar, bloemencorso’s, schutterijen en carnaval.
In de NRC columnist Tommy Wieringa over datzelfde onderwerp: het populisme dat kunst en cultuur afschildert als de hobby van de linkse elite.
En zojuist in Buitenhof de directeur van het Frans Halsmuseum in Haarlem, Ann Demeester over de greep van de superrijken op de hedendaagse kunst en architectuur waar monumentaliteit of beter megalomanie meer en meer de overhand lijken te krijgen.
Maar laten we vandaag dichter bij huis blijven. Bij kunst en kunstenaars die wij hier en nu van dichtbij kunnen zien, voelen, aanraken en waar we mee kunnen communiceren.


Vandaag de expositie van Mariëlle Wintgens uit Rhenen, Pieter Vermeulen uit Bennekom en Twan de Vos uit Wageningen. Mariëlle ken ik nog maar heel kort, maar Twan en Pieter ken ik al heel lang: van voor de eerste Kunstagenda, nu precies 20 jaar geleden.
In het eerste overleg dat Marlou, Twan en ik hadden over die Kunstagenda was Twan’s ondubbelzinnige uitspraak dat in de agenda alleen werk van ‘professionele kunstenaars’ mocht worden opgenomen. Twan, die op dat moment als kunstenaar carrière maakte maar wel twee dagen per week orders liep bij het Kruidvat in Heteren, gaf daarbij desgevraagd zijn definitie: opleiding, kwaliteit, streven naar inkomen uit kunst, dus beroepsmatige aanpak gericht op verkoop. (Workshops naaktmodeltekenen gaf Twan nog niet!)
Maar dus geen hobbyist met een goedverdienende partner.


Twintig jaar later, tijd om een kleine balans op te maken.
Ik stelde daartoe de drie kunstenaars gisteren per email twee vragen. De eerste: “Lukt het je om rond te komen van je kunst of moet je bijklussen?” Onder dat bijklussen viel voor mij ook workshops, cursussen, kinderfeestjes en personeelsuitjes. Ik vroeg de kunstenaars kort en bondig te antwoorden. Ze antwoordden alle drie… maar niet kort en bondig. br>
Twan reageerde onmiddellijk en hij leek als door een wesp gestoken. “Ik vind de term bijklussen”, aldus Twan, “niet goed gekozen. Ik zie het verzorgen van de creatieve workshops als een onderdeel van mijn kunstenaarschap. Ik heb dat altijd gedaan, het is ook een leuke afwisseling met de hele dag in je eigen hoofd en eigen ideeën zitten. Het is ook belangrijk dat mensen met kunst in aanraking komen, daardoor ontstaat interesse en waardering.”

Enige tijd later reageerde Pieter. Hij blikte terug op zijn start als kunstenaar, ergens in de jaren 70. “Brood op de plank, dat vonden Truus en ik het belangrijkst. Dus ìk een halve baan en zij een halve baan. De kunstuitleen was in opkomst en daar profiteerde ik van mee. Men wilde mijn werk wel hebben, dat was mijn geluk. In de jaren 80 en 90 heb ik heel veel werk uitgezet. Dat was toen mijn inkomen, daar pluk ik nu nog vruchten van.”

Ook Mariëlle reageerde. Uitvoerig.
“Ik kan zeer zeker niet rondkomen van de inkomsten uit mijn eigen werk. Die inkomsten die ik heb, komen vooralsnog grotendeels uit het geven van speksteen- en boetseerworkshops, -cursussen en kinderfeestjes. Dat ik in 2014 besloot bij mijn werk ontslag te nemen en mij weer helemaal op keramiek te richten was vooral mogelijk omdat mijn man een vaste baan heeft.”

Een conclusie is dat ‘inkomensvormend’ in deze tijd misschien wel wat genuanceerder ligt dan eind vorige eeuw. Logisch: voor hoeveel stellen geldt niet dat beide partners in min-of-meer gelijke mate bijdragen aan het gezinsinkomen.
En een andere conclusie is dat twee van de drie kunstenaars redelijk tevreden zijn met de situatie. Twan zegt: “Ik heb het prima naar mijn zin; ik verkoop redelijk, heb regelmatig opdrachten en door de workshops hoef ik mij nooit zorgen te maken over mijn inkomen”.
Pieter zei al: ik pluk nu de vruchten van de ‘vette jaren’.
Voor Mariëlle ligt het iets anders. Zij heeft nog maar enkele jaren geleden het kunstenaarschap, inclusief inschrijving bij de KvK weer opgepakt, hoopt over enkele jaren meer te verkopen. Maar zij wijst wel op een aantal trends:
“Soms zie ik het voor kunstenaars somber in. Subsidies worden ingetrokken, atelierruimtes zijn onbetaalbaar (als ze er al zijn), productiekosten worden hoger, en het lijkt of er algemeen minder interesse in kunst is (behalve voor de al gevestigde namen). Verder gaat er voor de zelfstandige kunstenaar veel tijd zitten in administratie en profileren op sociale netwerken als Facebook en Instagram”. Ook geschikte verkooppunten vinden is moeilijk, vindt ze: “Dat is mij nog niet gelukt. Ik probeerde mijn werk te verkopen bij conceptstore Schap 19 in Rhenen. Daar zeiden ze dat mijn werk teveel ‘kunst’ was voor Rhenen, die in deze regio wellicht minder gewaardeerd wordt dan in het westen van het land...”

Ik wil graag dit verhaal positief afsluiten. Internet. Het kost misschien veel tijd, maar ik denk dat internet en de sociale media een enorme uitkomst zijn voor kunstenaars om te communiceren met hun liefhebbers en fans. Ik denk ook dat het verschijnsel ‘pop-up store’ een belangrijke rol speelt en nog meer gaat spelen in het contact met zowel potentiële kopers van kunst, als deelnemers aan workshops en cursussen. En dat geldt ook voor exposities.
We mogen stellen dat de meeste kunstenaars hier in de stad en de omgeving het allemaal doen, of willen doen, zònder subsidie. En dat is een goede zaak.

Bij openen hoort eigenlijk ook kennismaken met het werk van de exposanten. Ik ga jullie niet vertellen wat je kunt vinden van de schilderijen en zeefdrukken met maar liefst 87 vrolijke mensenhoofden van Twan (van wie ik weet dat hij ook sculptures, vazen, tapijten, toiletpotten en T-shirts met struisvogels, kippen, krokodillen en landschappen heeft gemaakt) of Pieters vurige en dynamische composities van kleuren, lijnen, vlakken en vegen, die associatief uiting geven aan abstracties als liefde, verlangen, verwarring en twijfel en hoe die kleurige drukke, soms ADHD-werken van deze twee mannen contrasteren met de serene, monochrome, organisch gevormde sculptures van Mariëlle Wintgens, die ik zou willen aanraken maar wat ik niet durf.
Ik had Mariëlle, Pieter en Twan graag live willen laten vertellen wat ze van elkaars werk vinden. Dat was de tweede vraag in mijn mail. Maar dat gaat qua tijd niet lukken. Stel die vraag dus straks… ze hebben zich op een antwoord voorbereid.

Ik wil nu de kunstenaars en de organisator van deze expositie wel even naar voren halen voor een geschenkje dat past in dit jaargetijde en bij mij als graficus slash typograaf. Met die surprise vormen we een woord dat slaat op het verhaal van zoeven… Marlou P, Mariëlle O, Pieter E, Twan N. En als jullie, Mariëlle en Marlou nou even van plaats verwisselen, dan is de expositie ook…

Hier is het allemaal nog een keer te zien.

het team van de expositie
Wageningen 2-12-2018
Het team van deze expositie.

Expositie 2018

Van 2 december t/m 27 januari 2019 exposeren Twan de Vos uit Wageningen, Pieter Vermeulen uit Bennekom en Mariëlle Wintgens uit Rhenen in Galerie het Koetshuis van De Casteelse Poort, Museum Wageningen, Bowlespark 1A te Wageningen.

De opening was 2 december 2018. Jelle de Gruyter opende de expositie om 16:00 uur.