Wij kwamen elkaar tegen in de stad.
Groette zij mij? Ik zweeg zonder verweer,
en in een oogwenk zag zij mij dit keer
de blik opzetten die ik bij me had

gestoken toen ze mij voorgoed vergat.
Nu was het dan zover: ik zag haar weer.
We spraken niet, maar ogen zeiden meer,
en voerden zo een woordeloos debat.

Dan komt een kennis van ons allebei,
met tas van Gall & Gall, ineens voorbij,
en roept: ‘Hé jullie daar, is alles goed?’

Je hoort de flessen klinken in de tas.
We houden halt omwille van wat was,
en antwoorden, alleen omdat het moet.


Ruud Verwaal, sonnet
 


handtekening marlou kursten
Kunstagenda 2011

Voorbeeld 13
(van 13)

 

 

 

 

vorige
eerste